HIERDEN – De Zwaluwhoeve in Hierden heeft een jonge vrouw gediscrimineerd door haar tijdens een badkledingdag weg te sturen vanwege het dragen van een burkini.
Dat heeft het College voor de Rechten van de Mens donderdag geoordeeld.
De vrouw, die moslima is, bezocht de wellness op 22 juni vorig jaar samen met onder anderen haar oma en tante. Tijdens de betreffende badkledingdag was het verplicht om badkleding te dragen. De vrouw droeg een burkini, bestaande uit een hoofddoek, een shirt met lange mouwen en een lange broek van badkledingstof.
Na ongeveer vier uur werd zij door een medewerker aangesproken. Ze moest de sauna verlaten omdat de huisregels van de Zwaluwhoeve lichaamsbedekkende badkleding niet toestaan.
Gezondheid, veiligheid en hygiëne
De Zwaluwhoeve voerde aan dat het verbod noodzakelijk is vanwege onder meer gezondheid, veiligheid en hygiëne. Het College vindt die onderbouwing echter onvoldoende.
Volgens het College is niet aangetoond dat het dragen van een burkini daadwerkelijk gezondheids- of veiligheidsrisico's veroorzaakt. Tijdens de procedure erkende de Zwaluwhoeve bovendien dat iemand die een burkini draagt voldoende kan afkoelen, bijvoorbeeld door langer gebruik te maken van een dompelbad.
Volgens het College had de wellness bezoekers hierover ook kunnen informeren in plaats van de lichaamsbedekkende badkleding volledig te verbieden.
Ook het argument van hygiëne is volgens het College onvoldoende onderbouwd. Onderzoek wijst volgens de organisatie niet op een relevant verschil in hygiëne tussen verschillende soorten badkledingstoffen. Dat dit onderzoek niet specifiek in sauna's is uitgevoerd, verandert volgens het College niets aan de conclusie.
Daarnaast zijn er volgens het College Nederlandse sauna's waar het dragen van een burkini wel is toegestaan.
Verboden indirect onderscheid
Het College concludeert daarom dat de huisregel leidt tot verboden indirect onderscheid op grond van godsdienst en geslacht.
De twee gronden zijn volgens het College in deze zaak nauw met elkaar verbonden. Het verbod treft volgens de organisatie in het bijzonder islamitische vrouwen die vanwege hun geloof een burkini dragen.
Geen discriminatoire bejegening
De vrouw stelde daarnaast dat zij door de medewerker respectloos en bijna agressief was behandeld. De Zwaluwhoeve erkende tijdens de zitting dat de manier waarop de vrouw volgens haar eigen relaas was behandeld onfatsoenlijk was.
Toch komt het College op dit onderdeel tot een andere conclusie. Er is volgens het College onvoldoende bewezen dat de medewerker haar vanwege haar godsdienst of geslacht als minderwaardig heeft behandeld of haar bewust in een negatief daglicht heeft geplaatst.
Daarom is volgens het College geen sprake geweest van discriminatoire bejegening.
Het oordeel betekent dat het College de regel over lichaamsbedekkende badkleding in deze situatie aanmerkt als verboden indirect onderscheid op grond van godsdienst en geslacht.