Slechts 5 procent van Nederlanders met reanimatiecertificaat meldt zich als burgerhulpverlener

Gepubliceerd op 17 februari 2026 om 12:44

NUNSPEET - Van alle Nederlanders met een geldig reanimatiecertificaat meldt slechts vijf procent zich daadwerkelijk aan om in actie te komen bij een hartstilstand.

De belangrijkste drempel is de angst om fouten te maken. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Hartstichting, uitgevoerd door Kien Onderzoek.

In februari 2026 stonden 273.745 burgerhulpverleners geregistreerd in Nederland. Volgens de Hartstichting is dat aantal nog lang niet voldoende. Ongeveer een kwart van de volwassen Nederlanders beschikt over een reanimatiecertificaat, maar slechts een klein deel van deze groep staat ook geregistreerd om bij noodoproepen in de buurt te worden ingezet.

Angst om fouten te maken grootste belemmering

Uit het onderzoek blijkt dat veel Nederlanders een onjuist beeld hebben van burgerhulpverlening. Zo denkt 62 procent ten onrechte dat een slachtoffer kan overlijden door een fout van een burgerhulpverlener. Die gedachte zorgt ervoor dat veel mensen terughoudend zijn om zich aan te melden.

Volgens Leonie van der Leest van de Hartstichting is die angst begrijpelijk, maar onterecht. Bij een hartstilstand is snel handelen essentieel. Wie direct begint met reanimeren, vergroot juist de overlevingskans van het slachtoffer aanzienlijk. Wanneer niemand ingrijpt, is de kans op overleving vrijwel nihil.

Daarnaast leeft bij een deel van de bevolking het idee dat burgerhulpverleners dag en nacht beschikbaar moeten zijn. In de praktijk is dat niet zo: aangemelde hulpverleners kunnen per oproep zelf bepalen of zij beschikbaar zijn. Bovendien worden bij elke melding meerdere burgerhulpverleners tegelijk gealarmeerd.

Elke minuut telt bij hartstilstand

Dagelijks krijgen in Nederland ongeveer 45 mensen buiten het ziekenhuis een hartstilstand. In de eerste minuten na een hartstilstand is snelle hulp doorslaggevend. Burgerhulpverleners zijn gemiddeld tweeënhalve minuut sneller ter plaatse dan een ambulance en kunnen in die cruciale fase direct starten met reanimatie en het inzetten van een AED.

Cijfers van HartslagNu tonen aan dat nog niet in alle regio’s voldoende burgerhulpverleners beschikbaar zijn. Jaarlijks zijn er ruim 12.000 reanimatiemeldingen. Bij acht van de tien meldingen wordt de reanimatie gestart door een burgerhulpverlener.

Nederland beschikt over een fijnmazig en landelijk dekkend netwerk van burgerhulpverleners en AED’s. Mede daardoor is de overlevingskans bij een hartstilstand in de afgelopen jaren gestegen van 9 naar 23 procent. De Hartstichting benadrukt dat verdere groei van het aantal aangemelde burgerhulpverleners noodzakelijk is om deze lijn voort te zetten.